Hoe heette Tilburg vroeger?

Tilburg: Van Tilliburgis tot Moderne Metropool

28/10/2019

Rating: 4.45 (8557 votes)

Tilburg, een stad met een dynamische geschiedenis en een uniek karakter, roept vaak vragen op bij bezoekers. Waar andere steden pronken met eeuwenoude grachtenpanden en middeleeuwse stadspleinen, presenteert Tilburg zich als een stad die het 'nét even anders' doet. Deze eigenzinnigheid is diep geworteld in het verleden, van de vroegste bewoning tot de transformatie naar een moderne metropool. Laten we een duik nemen in de rijke, soms verrassende, historie van deze Brabantse parel, en ontdekken waarom Tilburg, ondanks zijn omvang, vaak aanvoelt als een 'knus centrum met een zachte g', en wat de betekenis is van de alom bekende bijnaam 'Kruikenzeiker'.

Wat is de bijnaam van Tilburg?
Typisch Kruikenstad De Tilburger wordt tegenwoordig wel een Kruik of Kruikin genoemd en Tilburg zelf heet tijdens carnaval Kruikenstad. De volledige bijnaam voor een inwoner van Tilburg is echter een Kruikenzeiker. De naam stamt uit de tijd dat Tilburg een echte Textielstad was en vele textielfabrieken had.

De Oorsprong van Tilburg: Van Prehistorie tot Heerlijkheid

De geschiedenis van Tilburg begint ver voor de eerste stenen gebouwen verrezen. Prehistorische sporen van bewoning, gevonden bij industrieterrein Kraaiven, dateren al van 9000 jaar voor Christus. Deze vroege bewoners waren vermoedelijk rondtrekkende jager-verzamelaars van de Tjongercultuur, die door de Brabantse bossen zwierven. De naam Tilburg zelf duikt voor het eerst op in het Liber aureus uit 1191, waarin een document uit 709 wordt overgeschreven dat 'actum publice Tilliburgis' zou zijn opgemaakt. Dit geeft aan dat de nederzetting al vroeg een zekere betekenis had.

In die vroege periode stond het huidige Tilburg bekend als West-Tilburg, terwijl Oost-Tilburg in de schaduw kwam te staan van het nabijgelegen Oisterwijk, gesticht in 1212. De gehele heerlijkheid, die destijds nog meer plaatsen omvatte, stond bekend als Groot-Tilburg. Een belangrijke bestuurlijke mijlpaal was de scheiding van Oisterwijk in 1387. Vanaf dat moment vormde Tilburg, samen met Goirle, de Heerlijkheid Tilburg en Goirle, een onderdeel van het Kwartier van Oisterwijk binnen de Meierij van 's-Hertogenbosch. In de 15e eeuw liet Jan van Haestrecht, een van de heren van Tilburg, het Kasteel van Tilburg bouwen. Hoewel dit kasteel in 1858 moest wijken voor een fabriek, is het nog steeds prominent aanwezig in het wapen en het logo van de stad, een stille getuige van een ver verleden. De stad, zoals we die nu kennen, is organisch gegroeid uit een verzameling van buurtschappen, de zogenaamde herdgangen, die met elkaar verbonden waren. De namen van deze oude dorpskernen zijn tot op de dag van vandaag terug te vinden in de benamingen van diverse wijken, wat de gelaagde geschiedenis van Tilburg tastbaar maakt.

Tilburg: Het Hart van de Wolindustrie en de Komst van Stadsrechten

De ware economische bloei van Tilburg begon rond 1600, dankzij de aanwezige schapenteelt. Deze natuurlijke hulpbron legde de basis voor de textielindustrie, waardoor Tilburg uitgroeide tot de belangrijkste wolstad van Brabant. Halverwege de 18e eeuw overvleugelde de Tilburgse textielproductie zelfs de bijna volledig weggevallen Hollandse textielindustrie. Deze periode van industriële voorspoed legde de fundamenten voor de latere ontwikkeling van de stad.

Een cruciaal moment in de geschiedenis van Tilburg was 18 april 1809. Op die dag verkreeg Tilburg van Lodewijk Napoleon, de toenmalige vorst van het Koninkrijk Holland, stadsrechten. Dit gebeurde tijdens een inspectiereis die de koning door Brabant en Zeeland maakte. Tijdens deze reis werden diverse problemen van Tilburg en de regio besproken, variërend van de infrastructuur en gezondheidszorg tot de teruggave van kerken en de organisatie van weekmarkten. Met de toekenning van stadsrechten, en een inwonertal van destijds ongeveer 9000, kreeg Tilburg een formele erkenning van zijn groei en belang.

De jaren na de stadsrechten brachten belangrijke infrastructurele verbeteringen met zich mee. In 1826 werd de steenweg van Breda via Tilburg naar 's-Hertogenbosch voltooid, gevolgd door de spoorlijn naar Breda in 1863. Het Wilhelminakanaal, dat Tilburg een eigen haven bezorgde, werd in 1916 in gebruik genomen en in 1923 voltooid, met de Piushaven die in 1921 werd gegraven. Deze verbindingen waren essentieel voor de verdere ontwikkeling van de textielindustrie en de algehele economie.

Koninklijke Banden en Intellectuele Groei

Tilburg heeft een bijzondere band met het Nederlandse koningshuis, met name met Koning Willem II. Hij verbleef graag in Tilburg en sprak de memorabele woorden: 'Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig' (ook wel geciteerd als 'Hier adem ik frank en vrij'). In zijn opdracht werd in 1847 een paleis gebouwd dat diende als buitenverblijf. Dit paleis, tegenwoordig gelegen in het centrum van de stad, heeft de koning zelf nooit kunnen bewonen, aangezien hij stierf voordat het voltooid was. Wel werd hij er na zijn dood opgebaard.

Waarom heeft Tilburg geen historische binnenstad?
De ontwikkelingen werden namelijk ernstig en onomkeerbaar verstoord door de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. Dit is dan ook de reden dat Tilburg een modern stadscentrum heeft wat de stad inmiddels echt een eigen identiteit geeft. Na de verwoestingen ging de stad stug door met de ontwikkelingen.

Het paleis werd later door de koninklijke familie overgedragen aan de gemeente, met de voorwaarde dat er een Hogere Burger School (HBS) in gevestigd zou worden. Deze 'Rijks HBS Koning Willem II' bestaat nog steeds als het Koning Willem II College, zij het in een ander gebouw. Een van de meest bekende leerlingen van deze HBS was niemand minder dan Vincent van Gogh, die de school bezocht tussen 1866 en 1868. Het paleis maakt tegenwoordig deel uit van het gemeentehuis, een tastbare herinnering aan de koninklijke connectie. De oprichting van de Roomsch Katholieke Handelshoogeschool in 1927, die is uitgegroeid tot de huidige Tilburg University, markeerde een verdere stap in de intellectuele en educatieve ontwikkeling van de stad.

De Evolutie van een Stad: Waarom Tilburg Anders Is

De late 19e eeuw zag Tilburg uitgroeien tot een grote stad dankzij de bloeiende textielindustrie. In 1871 telde de stad maar liefst 125 wollenstoffenfabrieken, wat de bijnaam 'wolstad' volledig rechtvaardigde. Deze periode kenmerkte zich ook door de bouw van talloze herenhuizen, die nog steeds het straatbeeld sieren. Geleidelijk ontstond zo een stadsstructuur met winkels en arbeiderswoningen.

De snelle groei bracht de noodzaak met zich mee van een algemeen uitbreidingsplan, dat in 1917 werd opgesteld door stedenbouwkundige Johan Rückert. Dit plan speelde in op de toekomstige demografische ontwikkeling en de knelpunten in de verkeersstructuur, waaronder de spoorlijn die de groeiende stad in tweeën deelde. In 1940 telde Tilburg al 93.000 inwoners.

De Tweede Wereldoorlog was een grote ramp voor Tilburg. De brug over het Wilhelminakanaal werd opgeblazen, en de stad werd in de meidagen van 1940 getroffen door Duitse bombardementen, met 14 doden tot gevolg. Ook sneuvelden 18 Tilburgse militairen bij de verdediging. Na de oorlog gingen de ontwikkelingen echter door. Plannen voor een oost-westboulevard ten zuiden van de spoorlijn, voor het eerst geformuleerd in 1947, werden in 1953 verder uitgewerkt en in 1958 gerealiseerd. In 1960 telde de stad al 139.000 inwoners.

De jaren zestig van de 20e eeuw waren echter een keerpunt. De textielindustrie verdween geleidelijk uit de stad. Dit verlies werd gecompenseerd door de vestiging van moderne nijverheid op bedrijventerreinen aan de rand van de stad. Vanaf 1975 werd de binnenstad rigoureus aangepakt, waarbij de doorstroming van het verkeer vaak de hoogste prioriteit kreeg. Veel historisch erfgoed werd gesloopt om plaats te maken voor de Cityring om de binnenstad en het Koningsplein. Deze periode leverde de toenmalige burgemeester Cees Becht de bijnaam 'Cees de Sloper' op. Dit verklaart voor een groot deel waarom Tilburg geen traditionele, eeuwenoude binnenstad heeft zoals vele andere Nederlandse steden. De stad heeft in zekere zin zijn 'historische gezicht' opgeofferd voor modernisering en functionaliteit.

Vanaf de jaren tachtig van de 20e eeuw vond er gelukkig een kentering plaats, waarbij meer respect voor het aanwezige erfgoed werd getoond. Dit leidde tot een meer evenwichtige aanpak van stadsontwikkeling.

Tilburg Vandaag: Hoogbouw en Herontwikkeling

Vanaf 1993 heeft Tilburg een duidelijk hoogbouwbeleid ontwikkeld, wat heeft geresulteerd in indrukwekkende 'wolkenkrabbers' naar Nederlandse maatstaven. Voorbeelden hiervan zijn het hoofdkantoor van Interpolis, de Westpoint-woontoren (met 143,1 meter korte tijd de hoogste woontoren van Nederland) en de StadsHeer (101 meter). De StadsHeer, met zijn opvallende kubusvormige balkons, heeft de bijnaam 'De Vogelkooikes' gekregen. In de afgelopen jaren heeft Tilburg veel lof geoogst voor zijn bouwbeleid in de Spoorzone (de voormalige NS Werkplaats) en langs de Piushaven. De combinatie van nieuwbouw en het hergebruik van bestaande, vaak industriële, bebouwing verhoogt de kwaliteit en de levendigheid van de omgeving aanzienlijk, en geeft Tilburg een moderne, maar toch karakteristieke uitstraling.

Hoe was Tilburg in de middeleeuwen?
Het huidige Tilburg stond in de middeleeuwen bekend als West-Tilburg. Er was ook een Oost-Tilburg. Dat lag bij het in 1212 gestichte Oisterwijk. Deze plaatsen behoorden tot Groot-Tilburg en vormden later met Goirle de heerlijkheid Tilburg en Goirle.

Religieus Erfgoed: Van Schuurkerk tot Katholiek Bolwerk

De religieuze geschiedenis van Tilburg is eveneens rijk en complex. De oudste parochiekerk van Tilburg, of eigenlijk West-Tilburg, stond op dezelfde plaats als waar nu de Heikese kerk zich bevindt. Deze was gewijd aan de heilige Dionysius. Na uitbreidingen en een herinwijding in 1483, brandde de gotische kerk in 1595 af tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Na herbouw werd ze in 1619 opnieuw ingewijd. In 1648 werd de kerk echter door de hervormden gevorderd, wat de katholieken dwong tot het oprichten van grenskerken, zoals die in Steenvoort (Poppel), en later schuurkerken in 't Heike (1691) en Goirke (1715). Hoewel de katholieken hun kerk in de Napoleontische tijd terugkregen, was deze in slechte staat. Na een neoclassicistisch front in 1827, werd de kerk gesloopt en herbouwd als een neoclassicistische hallenkerk, een waterstaatskerk, die in 1838 werd ingewijd.

Vanaf het midden van de 19e eeuw werden in rap tempo nieuwe kerken bijgebouwd. Namen als Joannes Zwijsen en Peerke Donders zijn onlosmakelijk verbonden met de 19e-eeuwse Tilburgse katholieke geschiedenis. Mede door Zwijsens toedoen groeide Tilburg uit tot een katholiek bolwerk, getuige de grote hoeveelheid kloosters en kerken die nog steeds in de stad te vinden zijn, zoals de Goirkese kerk en de Heuvelse kerk. Op zijn hoogtepunt telde Tilburg maar liefst 31 parochiekerken. Echter, de ontkerkelijking in de jaren zeventig van de 20e eeuw leidde tot het samenvoegen van vele parochies, en diverse kerken en kloostergebouwen werden gesloopt of verbouwd voor andere doeleinden, een weerspiegeling van maatschappelijke veranderingen.

De Kruikenzeiker: Een Unieke Tilburgse Identiteit

De Tilburger staat tegenwoordig bekend als een 'Kruik' of 'Kruikin', en tijdens carnaval transformeert de stad tot 'Kruikenstad'. De volledige, en meest authentieke, bijnaam voor een inwoner van Tilburg is echter een Kruikenzeiker. Deze naam stamt uit de tijd dat Tilburg een bloeiende textielstad was, vol met textielfabrieken.

De herkomst van de naam is direct verbonden met het productieproces van wol. Vroeger werd urine gebruikt bij diverse bewerkingen van de wol, zoals het vollen (het dichter maken van de stof), het wassen en het verven. Hoewel dit niet uniek was voor Tilburg, was het hier wel een wijdverbreide praktijk. 'Bedorven urine' diende als reinigings- en glijmiddel bij het vollen, als reinigingsmiddel bij het wassen, en bevorderde een gelijkmatige verdeling van de verf bij het verven. Arbeiders die hun urine inleverden bij de fabriek kregen hiervoor betaald. De urine werd in kruiken meegenomen naar de fabriek, vandaar de naam 'Kruikenzeiker'. Met de komst van chemicaliën werd urine overbodig en verdween de kruik uit het straatbeeld, maar de naam bleef. Het is een blijvende herinnering aan de industriële wortels van de stad.

In het dagelijkse straatbeeld van Tilburg is de Kruikenzeiker nog steeds te vinden. In 1986 schonk de Carnavalsstichting Tilburg een bronzen Kruikenzeikerbeeldje van 70 centimeter aan de stad. Dit beeldje, geportretteerd naar schoenfabrieksarbeider Nard de Beer in 1965, staat permanent op het zogenaamde Radiopleintje, de overgang van de Heuvelstraat naar de Nieuwlandstraat.

Tijdens de carnavalsdagen staat een groter beeld van de Kruikenzeiker prominent op de Heuvel, het hart van Kruikenstad. Het is hét symbool geworden van het openbare carnaval in Tilburg. De onthulling van de Kruikenzeiker op zaterdagmiddag door de Prins Carnaval markeert het officiële startsein voor de festiviteiten. Het beeld is het middelpunt van vele carnavalsactiviteiten. Op dinsdagavond om 23.55 uur wordt de Kruikenzeiker door de Prins weer van zijn sokkel gehaald, waarmee het einde van het carnaval wordt aangegeven. Dit droef-vrolijke slotevenement, begeleid door het afscheidslied 'Sebiet dan is het mèèrge', is tevens het moment waarop het nieuwe carnavalsmotto wordt bekendgemaakt.

Interessant is dat in de allereerste carnavalsjaren niet de Kruikenzeiker, maar de Kruik zelf het symbool van Kruikenstad was. In 1966 en 1967 stond er een levensgrote kruik op respectievelijk het Willemsplein en de Heuvel. Nadat deze in 1967 werd vernield, ontstond het idee voor het huidige beeld, dat in 1968 voor het eerst werd geplaatst.

Hoe heette Tilburg vroeger?
De stad is eind 19e eeuw groot geworden door de textielindustrie die zich vestigde tussen de herdgangen in. In 1871 telde de stad maar liefst 125 wollenstoffenfabrieken. Tilburg werd dan ook de wolstad genoemd. Eind 19e eeuw werden er tal van herenhuizen gebouwd die nog steeds in de stad te vinden zijn.

Tijdlijn van Tilburgse Hoogtepunten

JaarGebeurtenis
9000 v.Chr.Prehistorische bewoning (Tjongercultuur) bij Kraaiven
709 (vermeld in 1191)Eerste vermelding van 'Tilliburgis' in document
1387Scheiding van Oisterwijk; vorming Heerlijkheid Tilburg en Goirle
15e eeuwBouw Kasteel van Tilburg door Jan van Haestrecht
ca. 1600Tilburg groeit uit tot belangrijkste wolstad van Brabant
18 april 1809Koning Lodewijk Napoleon verleent Tilburg stadsrechten
1826Voltooiing steenweg Breda-Tilburg-'s-Hertogenbosch
1847Start bouw Paleis van Koning Willem II
1858Kasteel van Tilburg gesloopt voor fabriek
1863Spoorlijn naar Breda in gebruik genomen
1866-1868Vincent van Gogh bezoekt de HBS (Paleis Willem II)
1871Stad telt 125 wollenstoffenfabrieken
1916Wilhelminakanaal in gebruik (voltooid 1923)
1917Stedenbouwkundig uitbreidingsplan van Johan Rückert
1921Piushaven gegraven
1927Oprichting Roomsch Katholieke Handelshoogeschool (nu Tilburg University)
1940Tilburg doelwit Duitse bombardementen; 93.000 inwoners
1958Realisatie oost-westboulevard
1960Stad telt 139.000 inwoners
Jaren '60Textielindustrie verdwijnt, moderne nijverheid vestigt zich
1975Start rigoureuze aanpak binnenstad (Cityring, sloop)
1986Bronzen Kruikenzeikerbeeldje aangeboden aan de stad
Vanaf 1993Ontwikkeling hoogbouwbeleid (Interpolis, Westpoint, StadsHeer)

Veelgestelde Vragen over Tilburg

Wat betekent de bijnaam 'Kruikenzeiker'?

De bijnaam 'Kruikenzeiker' voor Tilburgers stamt uit de tijd dat Tilburg een belangrijke textielstad was. Arbeiders brachten hun urine, die in kruiken werd verzameld, naar de fabrieken. Deze urine werd gebruikt bij diverse processen in de wolbewerking, zoals het vollen, wassen en verven, vanwege de reinigende en bindende eigenschappen. Hoewel de praktijk met de komst van chemicaliën verdween, bleef de naam behouden als een unieke herinnering aan het industriële verleden van de stad. Tijdens carnaval staat Tilburg bekend als 'Kruikenstad' en de Kruikenzeiker is dan ook het centrale symbool van de viering.

Waarom heeft Tilburg geen traditionele historische binnenstad?

Tilburg heeft geen traditionele historische binnenstad zoals veel andere Nederlandse steden, vooral omdat de stad zich pas relatief laat, in de 19e en 20e eeuw, ontwikkelde van een verzameling herdgangen tot een volwaardige stad. De snelle groei, gedreven door de textielindustrie, en de focus op functionaliteit en verkeersdoorstroming in de naoorlogse stadsplanning (met name in de jaren '70, onder burgemeester Cees Becht, bekend als 'Cees de Sloper') leidden tot de sloop van veel oudere bebouwing en de aanleg van infrastructuur zoals de Cityring. Hoewel dit heeft geleid tot het verlies van veel historisch erfgoed, heeft het ook de weg vrijgemaakt voor een moderne, innovatieve stadsontwikkeling, zoals te zien is in de Spoorzone en rond de Piushaven, waarbij nu wel meer respect is voor hergebruik van bestaande structuren.

Welke belangrijke rol speelde de textielindustrie in Tilburg?

De textielindustrie speelde een absolute hoofdrol in de ontwikkeling van Tilburg. Vanaf ongeveer 1600 groeide de stad, dankzij de schapenteelt en de wolproductie, uit tot de belangrijkste wolstad van Brabant. In de 19e eeuw bereikte de industrie haar hoogtepunt, met maar liefst 125 wollenstoffenfabrieken in 1871. Deze industrie trok veel arbeiders aan, zorgde voor economische welvaart en vormde de basis voor de snelle bevolkingsgroei en stedelijke uitbreiding van Tilburg. De bijnaam 'Kruikenzeiker' is een directe verwijzing naar een bijzonder aspect van deze industriële geschiedenis.

Waarom is Koning Willem II zo belangrijk voor Tilburg?

Koning Willem II had een bijzondere voorliefde voor Tilburg, waar hij 'vrij ademde en zich gelukkig voelde'. Hij liet er een paleis bouwen als buitenverblijf, dat na zijn dood, op zijn voorwaarde, de Rijks HBS Koning Willem II huisvestte. Deze school is nu het Koning Willem II College en heeft beroemde alumni zoals Vincent van Gogh. Het paleis is nu onderdeel van het gemeentehuis, en de koninklijke aanwezigheid heeft Tilburg een unieke status en een blijvende band met het koningshuis gegeven, die tot op de dag van vandaag wordt gekoesterd.

Hoe is Tilburg omgegaan met zijn religieuze erfgoed?

Tilburg heeft een zeer rijk religieus verleden, mede door de invloed van figuren als Joannes Zwijsen, waardoor het een 'katholiek bolwerk' werd met op het hoogtepunt 31 parochiekerken en vele kloosters. Echter, met de ontkerkelijking in de 20e eeuw, vooral vanaf de jaren '70, zijn veel parochies samengevoegd en zijn diverse kerken en kloostergebouwen gesloopt of verbouwd voor andere doeleinden. Hoewel een deel van dit erfgoed is verdwenen, zijn er nog steeds indrukwekkende kerken zoals de Goirkese en Heuvelse kerk die getuigen van deze diepgewortelde katholieke geschiedenis. De stad probeert nu een balans te vinden tussen behoud en herbestemming van dit culturele erfgoed.

Conclusie

Tilburg is een stad die zijn eigen pad heeft bewandeld. Van prehistorische jager-verzamelaars tot een belangrijke textielstad, en van een koninklijk buitenverblijf tot een moderne stad met opvallende hoogbouw en innovatieve projecten zoals de Spoorzone. De afwezigheid van een traditionele, historische binnenstad is geen gebrek, maar eerder een kenmerk van zijn unieke ontwikkeling – een stad die de nadruk legt op dynamiek, innovatie en een 'doe-mentaliteit'. De bijnaam 'Kruikenzeiker' is meer dan een grappige naam; het is een symbool van trots, veerkracht en een diepe verbondenheid met het industriële erfgoed. Tilburg omarmt zijn verleden, leert van zijn keuzes, en bouwt gestaag aan een toekomst als een 'experimentele stad die het nét even anders doet dan normaal', waar iedereen zich thuis mag voelen. Het is een stad die je omarmt, met een onmiskenbare 'gezelligheid met een zachte g'.

Als je andere artikelen wilt lezen die lijken op Tilburg: Van Tilliburgis tot Moderne Metropool, kun je de categorie Verf bezoeken.

Go up