16/04/2019
Schiedam, een stad rijk aan historie en cultureel erfgoed, heeft door de eeuwen heen een opmerkelijke transformatie ondergaan. Wat begon als een bescheiden nederzetting, groeide uit tot een bruisende stad die wereldwijd bekendheid verwierf, voornamelijk door haar onlosmakelijke band met de jeneverproductie. Deze reis door de tijd onthult de verschillende facetten die Schiedam hebben gevormd, van haar oorspronkelijke naam en de invloedrijke figuren die haar stadsrechten schonken, tot de economische hoogtijdagen en de uitdagingen die zij het hoofd moest bieden.

De geschiedenis van Schiedam begint lang voordat het de naam droeg die we vandaag kennen. Oorspronkelijk stond de nederzetting bekend als Nuwer Scie. Deze naam, die 'Nieuwe Schie' betekent, ontstond omstreeks 1250 toen Dirk Bokel een dam liet aanleggen in zijn polder, gelegen aan de rivier de Schie. Deze dam was een cruciale stap in de ontwikkeling van het gebied, aangezien het de basis legde voor de groei van een dorp dat zich in slechts ongeveer 25 jaar zou ontwikkelen tot een volwaardige stad. De strategische ligging aan belangrijke waterwegen zoals de Schie en de Maas speelde hierin een sleutelrol, wat de potentie voor handel en transport al vroeg duidelijk maakte.
Het Huis te Riviere en de Stadsrechten
Een centrale figuur in de vroege geschiedenis van Schiedam is Aleida van Avesnes, de dochter van graaf Floris IV van Holland en weduwe van Jan van Avesnes. In 1258 kreeg zij de verantwoordelijkheid voor het graafschap Holland, aangezien haar broer, graaf Willem II, was overleden en zijn opvolger Floris V nog minderjarig was. Aleida's invloed op Nuwer Scie was van onschatbare waarde. In 1260 kocht zij de polder van Dirk Bokel, en op deze strategische locatie besloot zij een kasteel te bouwen: het Huis te Riviere. Dit kasteel, waarvan de ruïne nog altijd aan de Broersvest staat, was een vrijwel vierkant complex en wordt beschouwd als het oudste bekende vierkante kasteel in het graafschap Holland. Het telde verschillende houten en stenen gebouwen, en waarschijnlijk verbond een loopbrug de toegang met de donjon, de woontoren. Door de eeuwen heen heeft het kasteel diverse malen schade opgelopen en is het steeds weer hersteld, wat getuigt van zijn veerkracht en belang.
Aleida's betrokkenheid bij de ontwikkeling van de nederzetting ging verder dan alleen de bouw van het kasteel. In 1262 stichtte zij een kerk en in 1270 verleende zij de inwoners van 'Nuwer Scie' marktrecht en tolvrijheid, privileges die essentieel waren voor economische groei. Het hoogtepunt van haar inspanningen kwam in 1275, toen zij namens de inmiddels meerderjarige Floris V een keur uitvaardigde die van het dorp officieel een stad maakte. Met deze keur kreeg de stad ook een nieuwe naam: Scyedam, wat letterlijk 'stad aan de dam in de Schie' betekent. Dit markeerde het officiële begin van Schiedam als stad en legde de fundamenten voor haar toekomstige welvaart.
Schiedam: De Wereldberoemde Jeneverstad
De naam Schiedam is onlosmakelijk verbonden met jenever. Deze drank heeft de stad niet alleen wereldberoemd gemaakt, maar heeft ook diepgaande invloed gehad op haar economie, stadsbeeld en zelfs sociale structuur. In de zestiende en vroege zeventiende eeuw was het stoken van brandewijn en likeuren voornamelijk een vorm van huisnijverheid, een bescheiden bijverdienste voor vele huishoudens. Echter, tegen het einde van de zeventiende eeuw ontstonden er grotere, professionelere branderijen. Deze brachten veel rook- en stankoverlast met zich mee, waardoor ze niet overal even welkom waren.

Schiedam was in die tijd een armlastige stad, voornamelijk door de teruggang in de visserij, die eeuwenlang de voornaamste bron van inkomsten was geweest. Het stadsbestuur zag in de branderijen een kans om de economie nieuw leven in te blazen en verwelkomde ze met open armen, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten uit stedelijke accijnzen op alcohol en belastingen op het malen van graan. Om de overlast voor de inwoners te beperken, werden de branderijen geconcentreerd in het noorden van de stad, een gebied dat destijds nog deels onbebouwd was. Schiedamse reders, die hun geld terugtrokken uit de steeds minder lucratieve visserij, investeerden massaal in het stoken en exporteren van jenever, wat leidde tot een ongekende bloeiperiode.
De achttiende eeuw zag een exponentiële groei van stokerijen en aanverwante bedrijvigheid. Dit leidde tot de ontwikkeling van specifieke industrieën zoals de 'brandersmolens', die het gemoute graan vermalen voor de distilleerderijen. Deze molens, waarvan er op het hoogtepunt wel twintig waren, moesten uitzonderlijk hoog zijn om voldoende wind te vangen boven de vele graanpakhuizen van de stad. Zes van deze imposante molens zijn vandaag de dag nog steeds bewaard gebleven en bepalen mede het gezicht van Schiedam. Daarnaast ontstonden er kuiperijen voor de productie van de grote vaten waarin de jenever werd opgeslagen, en varkensboeren die hun varkens voerden met spoeling, een restproduct van het stookproces dat een uitstekend veevoer bleek te zijn. De combinatie van stokerijen en de vele varkens in de stad verergerde echter wel de stankoverlast.
De jeneverindustrie bracht grote welvaart met zich mee, vooral door de export naar Afrika en Amerika. Eind achttiende eeuw telde Schiedam ruim 110 branderijen, waarvan ongeveer 90 voor de export produceerden. De benodigde arbeidskrachten kwamen niet alleen uit Nederland, maar ook uit België en Westfalen. Een kleine bovenlaag werd buitengewoon rijk en liet monumentale panden bouwen. Deze brandersdynastieën, zoals Dirkzwager, Jansen, Loopuyt, Nolet en Rijnbende, hadden door hun rijkdom ook veel politieke invloed en maakten vaak deel uit van het stadsbestuur, waardoor zij vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan.
Na een terugslag in de eerste helft van de negentiende eeuw, bloeide de industrie opnieuw op, met maar liefst 364 branderijen aan het eind van die eeuw. Echter, in de twintigste eeuw zette de neergang in. De opkomst van jonge jenever op basis van melasse-alcohol verdrong de traditionele oude jenever op basis van moutwijn, waardoor de branderijen overbodig werden. Pogingen om het tij te keren met een certificaat voor 'echte Schiedamse jenever' mochten niet baten. Vandaag de dag zijn er nog vier distilleerderijen in Schiedam actief: Dirkzwager, De Kuyper, Nolet en UTO.

De economische bloei had ook zijn schaduwzijden. De stad kreeg een afschrikwekkend uiterlijk door de constante rook van de branderijen, wat dichters als Piet Paaltjens beschreven als een 'onafboenbare roetkorst' op de gevels. De arbeidsomstandigheden voor de brandersknechten waren extreem zwaar, met lange, uitputtende en eentonige dagen. De ruime beschikbaarheid van alcohol leidde tot veel drankmisbruik; in sommige branderijen mochten knechten dagelijks acht glazen jenever drinken tijdens het werk. Drankbestrijding kreeg nauwelijks voet aan de grond, aangezien dit de belangen van de invloedrijke branders en de bestaanszekerheid van veel gewone Schiedammers raakte. In de moderne tijd heeft Schiedam geworsteld met dit verleden. Stadsfeesten in de jaren tachtig werden omgedoopt tot 'brandersfeesten' in plaats van 'jeneverfeesten' om associaties met drankmisbruik te vermijden. Pas in 2011 kon het beeld van Proosje, de vrolijke drinker, worden onthuld, wat een teken is van een meer ontspannen omgang met dit deel van de geschiedenis.
Markante Persoonlijkheden uit Schiedam
De geschiedenis van Schiedam wordt mede gevormd door de levens van bijzondere personen die hun stempel op de stad hebben gedrukt:
- Liduina van Schiedam: Als jong meisje viel Liduina tijdens het schaatsen en brak een rib. Nadat zij koudvuur opliep, was zij de rest van haar leven aan bed gekluisterd. Ondanks haar immense pijnen, doorstond zij deze door haar diepe geloof en inspireerde zij velen. De Franciscaner volkspreker Brugman beschreef haar leven en strijd, en deze tekst werd later gedrukt om fondsen te werven voor haar heiligverklaring in Rome. Hoewel dit niet is gelukt, is Liduina bekend geworden als de stadsheilige van Schiedam en een symbool van veerkracht.
- Cornelis Haga: Geboren in Schiedam, werd Cornelis Haga in 1612 de eerste Nederlandse ambassadeur van de Verenigde Zeven Provinciën gezant bij de 'Verheven Porte' in Constantinopel. Zijn diplomatieke carrière benadrukt de internationale connecties van Schiedam, zelfs in die vroege periode.
- Jillis Bruggeman: In 1803 werd het laatste doodsvonnis in Schiedam uitgesproken over Jillis Bruggeman. Op 53-jarige leeftijd bekende hij 'de afschuwelijke zonde van sodomie', oftewel homoseksuele handelingen, te hebben bedreven sinds zijn vijftiende. Het vonnis werd voltrokken op 9 maart 1803; vastgebonden aan de galg werd hij door de beul net zolang met een zweep geslagen tot hij bezweek. Dit was het laatste doodsvonnis van de stedelijke rechtbank, aangezien de rechtspraak vanaf 1811 een rijksaangelegenheid werd. Zijn tragische verhaal werpt een licht op de maatschappelijke normen en de rechtspraak van die tijd.
- Bernard IJzerdraat: Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Bernard IJzerdraat, die van december 1939 tot juli 1940 met zijn gezin in Schiedam woonde, een cruciale rol in het verzet. Hij organiseerde 'de geuzen', een van de eerste verzetsgroepen in Nederland. Mede door zijn oproep tot verzet saboteerden verschillende werknemers van Wilton-Fijenoord het werk aan schepen voor de Duitse bezetter. Zeven van hen maakten deel uit van de achttien mensen die samen met IJzerdraat werden gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte bij Scheveningen, een sombere herinnering aan de offers die werden gebracht.
Belangrijke Gebouwen en Infrastructuur
Naast het Huis te Riviere en de brandersmolens kent Schiedam nog diverse andere belangrijke gebouwen en infrastructurele ontwikkelingen die de stad hebben gevormd:
- Koren- of Koopmansbeurs: In 1783 werd een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerp van een nieuwe koopmans- of korenbeurs, aangezien het groeiende aantal handelstransacties een groter en representatiever gebouw vereiste. Wat begon als een relatief bescheiden plan, groeide uit tot een zeer royaal gebouw van vier vleugels rond een beursvloer. De voorgevel met torenbekroning kwam te liggen aan de Nieuwe Sluis, een spectaculaire plaatsing geadviseerd door architect Giovanni Giudici. Hoewel zijn eigen ontwerp te kostbaar bleek, vereenvoudigde stadsarchitect Rutger van Bol’es de ingediende ontwerpen. Het gebouw kenmerkt zich door een rijke geleding met Dorische en Ionische pilasters en een rijk uitgevoerd middenrisaliet met een fronton dat Mercurius en Neptunus afbeeldt, symbolen van handel en zeevaart.
- Washington Molen: Deze molen, gebouwd in 1792, was een typische Schiedamse moutmolen. Hij werd vernoemd naar Amerikaanse vrijheidsstrijders door Katholieke branders, die hun strijd zagen als een streven naar onafhankelijkheid. De Washington, gelegen aan de Broersvest, was een van de vele hoge molens die noodzakelijk waren voor de jeneverindustrie. In 1898, bij de aantreding van Wilhelmina, werd de molen hernoemd tot Wilhelmina. Helaas werd de molen in oktober/november 1903 gesloopt ter verbetering van de infrastructuur. Tegenwoordig herinnert een cirkel in het plaveisel en een marmeren kubus met tekst nog aan de locatie van deze historische molen.
- Museum in Schiedam: Het Museum Schiedam is gevestigd in het voormalige Sint Jacobs Gasthuis, dat tussen 1262 en 1272 werd gesticht. Na de sloop van het oorspronkelijke gebouw aan het eind van de 18e eeuw, werd het in neoclassicistische stijl herbouwd door architect Jan Giudici. Het U-vormige gebouw met twee vleugels verbonden door een kapel, nam in 1940 het museum in zich op. Na een grondige restauratie tussen 2003 en 2006 beschikt het museum nu over elf tentoonstellingszalen, de Giudici-kapel, een museumwinkel en een restaurant.
- Wilton-Fijenoord: De scheepsbouw speelde vanaf de 20e eeuw een steeds belangrijkere rol in de Schiedamse economie. Bartel Wilton, een scheepsreparateur en -bouwer, kocht met hulp van de Holland Amerika Lijn 68 hectare grond in Schiedam. In 1929 fuseerde zijn bedrijf met de Rotterdamse Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord tot Dok- en Werfmaatschappij Wilton-Fijenoord. Samen met Gusto werden W-F de grootste werkgevers van de stad, waarmee de scheepsbouw de jeneverindustrie in belang overtrof.
- Calandlijn: Een recentere ontwikkeling in de infrastructuur is de uitbreiding van de Rotterdamse metro naar Schiedam. De Beneluxlijn, nu onderdeel van de Calandlijn, opende nieuwe stations zoals Schiedam Centrum, Parkweg, Troelstralaan en Vijfsluizen, wat de bereikbaarheid van de stad aanzienlijk heeft verbeterd.
Schiedam in Tijden van Conflict en Ramp
Schiedam heeft door de eeuwen heen ook zijn deel van conflicten en tragedies gekend:
- Tachtigjarige Oorlog: Tijdens de Tachtigjarige Oorlog wisselde Schiedam afwisselend van handen tussen de Geuzen en de Spanjaarden. In 1572 sloopten de Geuzen alles wat in de St. Janskerk met de Rooms-Katholieke eredienst te maken had. In 1575 werd kasteel Mathenesse verwoest om te voorkomen dat het door Spaanse troepen als vesting kon worden gebruikt. De huidige ruïne van het Huis te Riviere is het restant van de onderste twee bouwlagen van de versterkte kasteeltoren, een stil getuige van deze turbulente periode.
- Uitbreiding Gemeentegrens en de Ambtsketen: In 1941 werd een groot deel van de gemeente Kethel en Spaland geannexeerd door Schiedam. De laatste burgemeester, mr. Johan Jurriën van der Lip, vertrok met pijn in het hart en nam zijn ambtsketen mee, wat leidde tot een geschil met de gemeente Schiedam die de keten opeiste.
- Treinramp 1976: De ochtendspits van 4 mei 1976 werd getekend door een tragische treinramp bij Schiedam. Een nieuwe sprinter botste frontaal op de internationale D-trein naar Duitsland. De klap was enorm, en de locomotief boorde zich in de sprinter. Vierentwintig mensen kwamen om het leven, allen inzittenden van de voorste coupé. Slechts twee passagiers overleefden zwaargewond. Ondanks de omvang van de ramp voelden nabestaanden en slachtoffers weinig erkenning, aangezien de gebeurtenis al snel 'vergeten' leek. Op 4 mei 2019, 43 jaar na de ramp, werd een gedenkteken onthuld bij Station Nieuwland, met de tekst: 'Verleden en toekomst bestaan niet op zichzelf. Hun werkelijkheid is geleend van het nu'. Dit monument, gecreëerd door kunstenaar Marc Vleugels, dient als een blijvende herinnering aan deze zwarte bladzijde in de geschiedenis van Schiedam.
Sport en Toerisme
Schiedam heeft ook een rijke sportgeschiedenis. De oprichting van de cricket- en later voetbalclub Hermes-D.V.S. in 1884 markeert Schiedam als een van de weinige steden in Nederland waar al zo lang cricket wordt beoefend. Dit geeft de gemeente een speciale plek in de sportgeschiedenis.
Voor bezoekers heeft Schiedam, naast de indrukwekkende molens en historische gebouwen, ook museale trekpleisters. Het Jenevermuseum, gehuisvest in een voormalig branderijpand, biedt een diepgaand inzicht in de geschiedenis en het productieproces van de jenever. Het museum toont een uitgebreide collectie van niet meer verkrijgbare merken en legt de verschillende stadia van het productieproces uit, vaak in kleine demonstratievormen. Ook zijn er talloze reclame-uitingen van toenmalige merken te bewonderen, wat een levendig beeld geeft van de rijke jenevercultuur die de stad heeft gevormd. Het is een plek waar je de essentie van Schiedam kunt proeven, zij het niet altijd letterlijk.
Veelgestelde Vragen over Schiedam
De rijke geschiedenis van Schiedam roept vaak veel vragen op. Hier beantwoorden we enkele van de meest voorkomende:
Hoe heette Schiedam vroeger?
De nederzetting die uiteindelijk Schiedam zou worden, heette aanvankelijk Nuwer Scie. Deze naam ontstond rond 1250 na de aanleg van een dam in de Schie door Dirk Bokel. In 1275, toen Aleida van Avesnes namens Floris V de keur uitvaardigde die het dorp tot stad verhief, kreeg het de naam Scyedam, wat 'stad aan de dam in de Schie' betekent. Dit evolueerde later tot de huidige naam Schiedam.

Welke jenever komt uit Schiedam?
Schiedam staat van oudsher bekend als de Jeneverstad. Historisch gezien werden er honderden verschillende soorten jenever geproduceerd door talloze branderijen, elk met hun eigen recepten en merken. Bekende historische brandersfamilies zoals Dirkzwager, Jansen, Loopuyt, Nolet en Rijnbende waren bepalend voor de jeneverproductie. Hoewel de industrie in de 20e eeuw sterk achteruitging door de opkomst van modernere productiemethoden, zijn er vandaag de dag nog steeds vier distilleerderijen actief in Schiedam die jenever produceren: Dirkzwager, De Kuyper, Nolet en UTO. Zij zetten de eeuwenoude traditie voort, vaak met een focus op ambachtelijke methoden en authentieke smaken.
Wat is de bijnaam van Schiedam?
De verstrekte informatie bevat geen specifieke, algemeen erkende bijnaam voor de stad Schiedam. De stad wordt echter wel vaak aangeduid als de Jeneverstad, wat een directe verwijzing is naar haar historische en culturele identiteit die sterk verbonden is met de productie van deze gedistilleerde drank. Dit is geen officiële bijnaam, maar eerder een beschrijvende term die de unieke positie van Schiedam benadrukt in de Nederlandse geschiedenis van alcoholproductie.
Wat heb je in Schiedam?
Schiedam biedt een rijke mix van historie en cultuur. De stad is vooral bekend om haar indrukwekkende, hoge brandersmolens, waarvan er zes nog steeds te bewonderen zijn. Het Huis te Riviere, de ruïne van het kasteel van Aleida van Avesnes, is een belangrijke historische plek. Het Museum Schiedam, gevestigd in het voormalige Sint Jacobs Gasthuis, biedt een breed scala aan tentoonstellingen. Natuurlijk is het Jenevermuseum een absolute trekpleister, waar bezoekers alles leren over de geschiedenis van de jeneverproductie, de oude merken en het ambacht. Verder zijn er de historische binnenstad met grachten, monumentale panden en de voormalige Koren- of Koopmansbeurs, die getuigen van een welvarend verleden.
Als je andere artikelen wilt lezen die lijken op Schiedam: Een Reis door de Tijd van Jenever en Historie, kun je de categorie Verf bezoeken.
