27/05/2021
De Nederlandse verfindustrie kent een rijke historie, en een van de meest prominente namen die hieruit voortgekomen is, is zonder twijfel Sikkens. Al meer dan twee eeuwen lang staat dit merk synoniem voor kwaliteit en innovatie in de wereld van lakken en verven. Wat begon als een bescheiden onderneming in het hart van Groningen, is uitgegroeid tot een wereldwijd erkende speler, die vandaag de dag een essentieel onderdeel vormt van het internationale concern AkzoNobel. Dit artikel neemt u mee op een reis door de tijd, van de prille start tot de huidige positie als toonaangevend merk in de coatingsindustrie.

- De Nederlandse Roots van Sikkens: Een Eeuwenoud Verhaal
- Innovatie en Expansie: Sikkens in de Vroege 20e Eeuw
- De Groei naar de Sikkens Groep: Een Tijdperk van Overnames
- De Fusie met KZK en de Geboorte van AkzoNobel: Een Nieuw Hoofdstuk
- Sikkens Vandaag: Een Wereldmerk Binnen AkzoNobel
- Vergelijkingstabel: Tijdlijn van Sikkens' Ontwikkeling
- Veelgestelde Vragen over Sikkens
De Nederlandse Roots van Sikkens: Een Eeuwenoud Verhaal
Het verhaal van Sikkens begint in 1792, in de bruisende stad Groningen. Het was hier dat Wiert Willem Sikkens, een schilder met een vooruitziende blik, besloot zijn eigen lakken te gaan produceren en verkopen. Dit was geen alledaagse stap; het ambacht van lakstoken was complex en vaak gevaarlijk. De allereerste 'fabriek' van Sikkens was dan ook strategisch gelegen in een poortje in de stadsomwalling van Groningen, vermoedelijk om de risico’s van brandgevaarlijke recepten en technieken te minimaliseren. Sommige methoden waren zelfs zo onorthodox dat ze paardenmest gebruikten, wat uiteraard voor de nodige stankoverlast zorgde in de omgeving. Het Sikkens en Schildermuseum bezit nog steeds zo'n receptenboek, dat doet denken aan de vroege alchemisten, de voorlopers van de moderne scheikundigen, die experimenteerden met materialen en processen om tot de gewenste resultaten te komen.
Na deze beginjaren verhuisde het bedrijf naar een klein fabriekje aan de Zwarteweg. De leiding kwam in handen van Geert Willem Sikkens, de zoon van de oprichter. In 1837 werd ook zijn zwager Willem Penaat betrokken bij de onderneming, waarna de naam werd gewijzigd in G.W. Sikkens & Co. In deze periode lag de focus op de productie van hoogwaardige houtlakken, die onder andere werden gebruikt voor kerkbanken, rijtuigen en vloeren. De kwaliteit van deze producten was zo hoog dat rond 1870 al aanzienlijke hoeveelheden naar Duitsland werden geëxporteerd, wat leidde tot de inrichting van een eigen depot in Emden. Dit toont aan dat Sikkens al vroeg een internationale blik had.
De groei van de stad Groningen bracht echter nieuwe uitdagingen met zich mee. Woningen verrezen steeds dichter bij de fabriek, en de bezwaren tegen stankoverlast en brandgevaar namen toe. Dit noodzaakte een nieuwe verhuizing, en in 1903 werd een gloednieuwe fabriek geopend. Hier werden naast de traditionele lakken ook de decoratieve Japanlakken vervaardigd, die in die tijd zeer populair waren. De erkenning voor de kwaliteit en het vakmanschap van Sikkens kwam in 1905, toen het bedrijf het prestigieuze predicaat 'Koninklijk' mocht voeren. De naam veranderde dienovereenkomstig in Koninklijke Lak- en Japanlakkenfabriek G.W. Sikkens & Co.
Sikkens was niet de enige verffabriek in Nederland in de negentiende eeuw. De productie van verf, hoewel in essentie een proces van malen en mengen, was een logisch vervolg op de verfmolens die al in de 17e en 18e eeuw in Nederland, met name in de Zaanstreek, volop in bedrijf waren. Het lakstoken daarentegen, was een veel complexere kunst die diepgaande kennis van chemie en materialen vereiste. Deze vroege focus op complexe lakken legde de basis voor Sikkens' latere innovatieve vermogen.
Innovatie en Expansie: Sikkens in de Vroege 20e Eeuw
De Eerste Wereldoorlog, hoewel Nederland neutraal bleef, had wel degelijk impact op de bedrijfsvoering. Sikkens zette in deze periode een robuust binnenlands distributieapparaat op, wat de veerkracht en het aanpassingsvermogen van het bedrijf onderstreepte. Na de oorlog, in 1924, werd een belangrijke stap gezet met de bouw van een eigen laboratorium voor kwaliteitscontrole en productontwikkeling. Deze investering in research en development was cruciaal en zou leiden tot baanbrekende innovaties.
Een van de meest iconische ontwikkelingen uit deze periode was de introductie van Rubbol in 1926. Dit was een revolutionaire autolak, ontwikkeld uit een rijtuiglak op basis van houtolie en natuurhars. Het was een slimme aanpassing van bestaande kennis aan nieuwe behoeften, gezien de opkomst van de automobielindustrie. Ondertussen werd in de Verenigde Staten de celluloselak als autolak ontwikkeld, een spin-off van de springstoffenindustrie die nitrocellulose gebruikte. Sikkens herkende het potentieel van deze nieuwe technologie en begon in 1928 ook met de vervaardiging van dit product, waarmee het bedrijf zijn positie als koploper in autolakken verder verstevigde.
De erkenning van de hoge kwaliteit en betrouwbaarheid van Sikkens' producten bleef niet onopgemerkt. In 1932 werd het bedrijf het predicaat 'Hofleverancier' verleend, een bevestiging van zijn status binnen de Nederlandse industrie. Sikkens leverde in deze periode aan toonaangevende industriële bedrijven zoals Philips, Kromhout, Fokker, Werkspoor, KLM en Lips. Dit onderstreept de cruciale rol die Sikkens speelde in de Nederlandse economie, door het leveren van essentiële coatings voor diverse sectoren, van luchtvaart tot metaalindustrie.
In 1939, met 90 mensen in dienst, nam Sikkens een belangrijke strategische beslissing: het bedrijf verhuisde van Groningen naar Sassenheim. Deze verhuizing was deels ingegeven door de wens om dichter bij de belangrijkste afnemers in de Randstad te zijn, wat de logistiek en de klantrelaties ten goede kwam. Kort na de verhuizing brak de Tweede Wereldoorlog uit, die ook voor Sikkens niet zonder gevolgen bleef. De fabriek liep brand- en oorlogsschade op, en het bedrijf toonde zijn menselijke kant door onderdak te bieden aan de Joodse directeur van het Centraal Laboratorium, Gerhard Lewin, en door secretaresse Selma de Vries en haar moeder te verbergen. Na de bevrijding werden werknemers met NSB-sympathieën ontslagen, waarmee Sikkens zijn integriteit toonde. De wederopbouwperiode die volgde, leidde tot een enorme toename van de vraag naar lakken. Als reactie op de grondstoffenschaarste begon Sikkens met de fabricage van kunstharsen, die werden ondergebracht in het bedrijfsonderdeel 'Synthese', later 'Resins' genaamd. Dit was een cruciale stap richting verticale integratie en onafhankelijkheid van externe grondstofleveranciers.
De Groei naar de Sikkens Groep: Een Tijdperk van Overnames
De jaren '50 markeerden een periode van significante expansie en diversificatie voor Sikkens. In 1954 werden de eerste overnames gedaan: muurverffabriek Alpha in Alphen aan den Rijn en verffabriek Tjallema in Sneek. Deze overnames breidden het productportfolio van Sikkens aanzienlijk uit. Een jaar later, in 1955, lanceerden Sikkens en Tjallema samen het merk Flexa, een naam die eerder al voor lederlakken was gebruikt. Flexa werd een van de meest bekende merken voor consumentenverf in Nederland, waarmee Sikkens zijn intrede deed op de doe-het-zelfmarkt.
De expansie ging verder met de bouw van de constructieverffabriek Sicova in Leiden in 1957. Deze fabriek fuseerde in 1960 met de fabriek voor scheepsverven Smits in Wapenveld. De samengevoegde bedrijven gingen verder onder de naam Sikkens Smits N.V. en werden in 1959 verenigd in de overkoepelende Sikkens Groep. Deze stap consolideerde de verschillende bedrijfsonderdelen onder één vlag en stroomlijnde de bedrijfsvoering. Tegen het einde van de jaren vijftig had de Sikkens Groep al diverse productievestigingen in het buitenland, waaronder Sikkens GmbH in Hamburg, Sikkens Fama in Gent en Sikkens SPA in Dormeletto (1958). Dit illustreert de groeiende internationale ambitie van het bedrijf.
In deze periode werden ook enkele tijdelijke overnames gedaan, die de dynamiek van de zakelijke strategie van Sikkens weerspiegelen:
- Remmert Holland in Apeldoorn: een pigmentfabriek opgericht in 1913, die in 1959 in de Sikkens Groep werd opgenomen, maar in 1965 alweer werd afgestoten.
- N.V. Kleefstoffenfabriek Gebr. Struyck (Strucol) in Zutphen: begonnen in 1901 als toeleverancier van papierlijm. Het bedrijf werd in 1963 overgenomen en in de jaren '70 weer afgestoten.
- Fa. Was de Wit (Syntac) in Voorburg: een bedrijf dat wax produceerde voor verpakkingen en kaasomhulsels, en grondstoffen voor cosmetica. Opgericht rond 1900, opgenomen in de Sikkens Groep in 1963 en ongeveer tien jaar later weer afgestoten.
Deze overnames toonden de breedte van Sikkens' interesse en de zoektocht naar synergieën, maar ook de focus op de kernactiviteiten op de lange termijn. De Sikkens Groep had de ambitie om nog veel meer overnames te doen, maar het benodigde kapitaal ontbrak. Dit leidde tot de strategische beslissing om aansluiting te zoeken bij een groter concern in een verwante sector, een stap die de toekomst van Sikkens ingrijpend zou veranderen.
De Fusie met KZK en de Geboorte van AkzoNobel: Een Nieuw Hoofdstuk
De Sikkens Groep had zich in korte tijd ontwikkeld tot een gigantisch bedrijf met een indrukwekkende groei. Met productievestigingen en grondstoffenbedrijven in Nederland, en fabrieken en vestigingen elders in Europa, groeiden de omzetten gestaag en stonden de aandelen goed aangeschreven op de beurs. Het ging de Sikkens Groep voor de wind. Voor velen kwam het dan ook als een verrassing toen in augustus 1962 het nieuws naar buiten kwam dat de groep gefuseerd was met de Koninklijke Zout-Ketjen N.V. (KZK). KZK was zelf een jaar eerder ontstaan uit het samengaan van de Koninklijke Zoutindustrie in Hengelo en de chemische fabriek Ketjen in Amsterdam.
Was deze fusie noodzakelijk? Volgens de groepsdirectie niet absoluut noodzakelijk, maar wel uiterst nuttig. Er werden drie belangrijke redenen genoemd: het toenemende belang van verfresearch (met bijbehorende hoge R&D-kosten), een betere marktintroductie voor nieuwe producten en risicospreiding bij de opzet van nieuwe activiteiten. Door zich aan te sluiten bij een groter chemisch concern zoals KZK, kon Sikkens profiteren van schaalvoordelen, gedeelde onderzoeksinfrastructuur en een bredere toegang tot markten. Het KZK-concern bezat bovendien al aan coatings verwante producten die door het KZK-onderdeel Gembo werden vervaardigd, zoals waterglas, drukinkt en lakken onder de naam Valspar. Dit creëerde directe synergieën.
In 1964 werden de Valspar-lakken door de Sikkens Groep overgenomen. Een jaar eerder, in 1963, waren Ceta-Bever (bekend van doe-het-zelfproducten) in Beverwijk en Talens (producent van kunstschildersverven) in Apeldoorn al ingelijfd bij de Sikkens Groep. Hoewel Talens in 1991 weer werd afgestoten, toonde deze periode de ambitie van Sikkens om zijn portfolio breed te diversifiëren binnen de coatings- en aanverwante industrieën. Opmerkelijk was dat de Sikkens Groep, ondanks de fusie met een groter concern, geheel zelfstandig bleef opereren binnen de nieuwe structuur.
De fusie met KZK was slechts het begin van een reeks transformaties. Al snel volgden de fusies van Koninklijke Zout-Ketjen met Koninklijke Zwanenberg Organon tot KZO, en kort daarna met AKU (producent van kunstvezels). Hierdoor veranderde de naam van het chemieconcern van KZK in AKZO. De Sikkens Groep werd een integraal onderdeel van de coatingsdivisie van AKZO. Deze divisie werd verder versterkt door de overname van het Franse Astral in 1972 en het Duitse Lesonal in 1977, waarmee de Europese voetafdruk van de coatingsactiviteiten aanzienlijk werd vergroot.
De expansie van AkzoNobel zette onverminderd voort met verdere overnames van bedrijven in diverse landen, waaronder Italië, Argentinië, Spanje, de Verenigde Staten, België (Levis), Brazilië en Turkije. De coatingsdivisie groeide exponentieel en werd verder uitgebreid na de fusie met Nobel Industries en de overname van Courtaulds, die beide eveneens belangrijke coatingactiviteiten bezaten. Deze reeks fusies en overnames culmineerde in de vorming van de huidige multinational AkzoNobel, een wereldleider in verven en coatings, met Sikkens als een van zijn meest prominente en historische merken.
Sikkens Vandaag: Een Wereldmerk Binnen AkzoNobel
Vandaag de dag is Sikkens een cruciaal onderdeel van de AkzoNobel-familie. Hoewel de naam 'Sikkens Groep' niet meer expliciet in de samengestelde naam AkzoNobel voorkomt, is het merk Sikkens uitgegroeid tot een zwaartepunt in de productportfolio van het concern. De fabriek in Sassenheim, waar Sikkens in 1939 naartoe verhuisde, is nog steeds operationeel en produceert voornamelijk technische verven. Dit omvat gespecialiseerde coatings zoals vliegtuigverf en sneldrogende verven voor diverse industriële toepassingen. Deze focus op hoogwaardige, technische oplossingen onderstreept de voortdurende innovatiekracht en expertise die Sikkens kenmerkt.
Sikkens staat wereldwijd bekend om zijn professionele verven en coatings voor de bouw- en automobielsector, maar ook voor decoratieve toepassingen. De geschiedenis van het merk is een testament van aanpassingsvermogen, innovatie en strategische groei, van een lokale lakproducent tot een merk met wereldwijde allure binnen een van de grootste coatingsbedrijven ter wereld. De erfenis van Wiert Willem Sikkens leeft voort in elk blik verf dat de naam Sikkens draagt, een symbool van Nederlandse vindingrijkheid en kwaliteit die de tand des tijds heeft doorstaan.
Vergelijkingstabel: Tijdlijn van Sikkens' Ontwikkeling
| Jaartal | Gebeurtenis | Belang |
|---|---|---|
| 1792 | Oprichting in Groningen door Wiert Willem Sikkens | Start van het bedrijf als lakproducent |
| 1837 | Bedrijfsovername door Geert Willem Sikkens & Willem Penaat | Voortzetting als familiebedrijf, naam G.W. Sikkens & Co. |
| 1870 | Export naar Duitsland, depot in Emden | Vroege internationale expansie |
| 1903 | Opening nieuwe fabriek in Groningen | Oplossing stankoverlast, productie Japanlakken |
| 1905 | Predicaat Koninklijk | Officiële erkenning van kwaliteit en status |
| 1924 | Bouw laboratorium voor kwaliteitscontrole en productontwikkeling | Investering in R&D en innovatie |
| 1926 | Ontwikkeling van Rubbol autolak | Baanbrekende productinnovatie voor de auto-industrie |
| 1932 | Predicaat Hofleverancier | Erkenning als leverancier aan het Koninklijk Huis |
| 1939 | Verhuizing van Groningen naar Sassenheim | Strategische locatiekeuze dichter bij afnemers |
| 1954 | Eerste overnames (Alpha, Tjallema) | Start van diversificatie en groei door acquisities |
| 1955 | Lancering merk Flexa | Toetreding tot de consumentenmarkt |
| 1959 | Vorming Sikkens Groep | Consolidatie van bedrijfsonderdelen |
| 1962 | Fusie met Koninklijke Zout-Ketjen (KZK) | Start van integratie in groter chemisch concern |
| 1963 | Overname Ceta-Bever en Talens | Uitbreiding van het productportfolio |
| Jaren '70 | Sikkens Groep wordt onderdeel van AKZO's coatingsdivisie | Integratie in de internationale chemiemultinational |
| Heden | Merk Sikkens binnen AkzoNobel | Wereldwijde aanwezigheid, focus op technische en professionele coatings |
Veelgestelde Vragen over Sikkens
Is Sikkens een Nederlands bedrijf?
Ja, Sikkens is een van oorsprong Nederlands bedrijf. Het werd in 1792 opgericht in Groningen en heeft door de eeuwen heen zijn Nederlandse wortels behouden, ook al is het nu onderdeel van de wereldwijde AkzoNobel-groep.
Wanneer werd Sikkens opgericht?
Sikkens werd opgericht in het jaar 1792, wat het een van de oudste verfbedrijven ter wereld maakt.
Welke soorten verf produceert Sikkens?
Sikkens heeft door de jaren heen een breed scala aan verven en lakken geproduceerd. Historisch begon het met houtlakken en Japanlakken. Tegenwoordig richt de fabriek in Sassenheim zich voornamelijk op technische verven, zoals vliegtuigverf en sneldrogende verven voor industriële toepassingen. Onder de AkzoNobel-paraplu omvat het merk Sikkens ook professionele verven voor de bouw en autolakken, en via het merk Flexa ook decoratieve verven voor consumenten.
Is Sikkens onderdeel van AkzoNobel?
Ja, Sikkens is sinds de jaren '60 een belangrijk onderdeel van AkzoNobel. Na een fusie met Koninklijke Zout-Ketjen in 1962 en daaropvolgende fusies die leidden tot de vorming van AKZO en later AkzoNobel, is Sikkens een van de pijlers van de coatingsdivisie van dit wereldwijde concern.
Waar bevindt de belangrijkste productielocatie van Sikkens zich tegenwoordig?
De belangrijkste productielocatie van Sikkens, in elk geval de historische fabriek die zich met gespecialiseerde verven bezighoudt, bevindt zich nog steeds in Sassenheim, waar het bedrijf in 1939 naartoe verhuisde.
Wat is de betekenis van de naam Rubbol?
Rubbol is de merknaam die Sikkens in 1926 lanceerde voor zijn revolutionaire autolak. Het was een van de eerste speciaal ontwikkelde autolakken, gebaseerd op houtolie en natuurhars, en markeerde een belangrijke innovatie in de geschiedenis van Sikkens en de auto-industrie.
Als je andere artikelen wilt lezen die lijken op Sikkens: Een Nederlands Verficoon met Wereldwijde Impact, kun je de categorie Verf bezoeken.
