05/08/2020
Rembrandt van Rijn, de onbetwiste meester van het licht en de schaduw, staat wereldwijd bekend om zijn ongeëvenaarde techniek en de diepte die hij aan zijn schilderijen gaf. Jarenlang hebben kunsthistorici en wetenschappers zich gebogen over de geheimen van zijn atelier, en recent onderzoek heeft een verrassende ontdekking gedaan die een nieuw licht werpt op de manier waarop hij zijn verf prepareerde. Het blijkt dat de Nederlandse Oude Meester een onverwacht ingrediënt toevoegde aan zijn impasto-mengsel, wat cruciaal was voor de driedimensionale textuur die zo kenmerkend is voor zijn werk.

- De Essentie van Rembrandts Impasto
- De Onverwachte Ontdekking: Plumbonacriet
- Waarom Plumbonacriet? Een Intentionele Meesterzet
- De Chemische Analyse en Toekomstig Onderzoek
- Rembrandts Kleurenpalet: Meer dan alleen Impasto
- Rembrandt van Rijn: De Meester en Zijn Leven
- Veelgestelde Vragen over Rembrandt en Zijn Verf
De Essentie van Rembrandts Impasto
De impasto-techniek, waarbij verf in dikke lagen op het doek wordt aangebracht om een opvallende, driedimensionale structuur te creëren, is een van Rembrandts meest herkenbare stijlelementen. Deze techniek gaf zijn werken een ongekende tactiliteit en diepte, waardoor ze bijna uit het doek lijken te springen. Tot voor kort werd aangenomen dat Rembrandt hiervoor voornamelijk gebruikmaakte van gemakkelijk verkrijgbare verbindingen zoals loodwit pigment en oliën zoals lijnolie. Deze ingrediënten vormden samen een pasta-achtige verf die hij in royale hoeveelheden kon aanbrengen.
De precisie en het effect van Rembrandts impasto waren zo uitzonderlijk dat ze al eeuwenlang bewondering oogsten. Het vermogen om licht en schaduw te manipuleren door middel van textuur was een revolutionaire aanpak, die zijn schilderijen een dynamiek gaf die zelden eerder was gezien. Het was echter de exacte samenstelling van deze verf die een mysterie bleef, tot nu toe.
De Onverwachte Ontdekking: Plumbonacriet
Een team van onderzoekers uit Nederland en Frankrijk heeft onlangs een baanbrekende analyse uitgevoerd op minuscule verfmonsters uit drie van Rembrandts beroemdste werken: “Portret van Marten Soolmans,” “Bathseba” en “Susanna.” Door middel van geavanceerde röntgenanalyse, uitgevoerd bij de European Synchrotron in Grenoble, Frankrijk, deden ze een verrassende ontdekking. Naast de verwachte loodwit- en oliecomponenten, detecteerden ze een onverwachte verbinding: een loodcarbonaatmineraal genaamd plumbonacriet (Pb5(CO3)3O(OH)).
Deze vondst in zijn impasto-mengsel was bijzonder verrassend, aangezien plumbonacriet doorgaans pas in werken uit de 20e eeuw en later wordt aangetroffen. Hoewel het in één monster van Vincent van Goghs roodloodpigment uit “Korenstapel onder bewolkte hemel” (1889) was opgedoken, schilderde Rembrandt in de eerste helft van de 17e eeuw. Victor Gonzalez, hoofdauteur van de studie en wetenschapper bij het Rijksmuseum en de Technische Universiteit Delft, merkte op: “We hadden deze fase helemaal niet verwacht, omdat het zo ongebruikelijk is in schilderijen van Oude Meesters.”
Waarom Plumbonacriet? Een Intentionele Meesterzet
De vraag rees onmiddellijk: waar kwam deze ongebruikelijke verbinding vandaan? Na het bestuderen van historische teksten en het vaststellen van welke materialen beschikbaar zouden zijn geweest voor een 17e-eeuwse Nederlandse kunstenaar, kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat Rembrandt dit component waarschijnlijk opzettelijk toevoegde. Zij vermoeden dat hij het in de vorm van loodoxide of litharge aan zijn oliën toevoegde om een pasta-achtige verf te creëren. Gonzalez bevestigt: “Ons onderzoek toont aan dat de aanwezigheid ervan niet toevallig is of te wijten aan besmetting, maar dat het het resultaat is van een beoogde synthese.”
Dit suggereert dat Rembrandt een diepgaand begrip had van de chemische eigenschappen van zijn materialen en deze opzettelijk manipuleerde om de gewenste texturen en effecten te bereiken. Het was geen gelukstreffer, maar een bewuste, chemische innovatie die bijdroeg aan zijn signatuurtechniek. Dit inzicht versterkt het beeld van Rembrandt niet alleen als een artistiek genie, maar ook als een experimentele chemicus in zijn atelier.
De Chemische Analyse en Toekomstig Onderzoek
De röntgenanalyse die werd gebruikt om plumbonacriet te identificeren, is een voorbeeld van hoe moderne wetenschap ons helpt de kunst van het verleden beter te begrijpen. Door het bestuderen van de elementaire samenstelling van de verfmonsters op moleculair niveau, kunnen wetenschappers de precieze ingrediënten en zelfs de bereidingswijze achterhalen. Deze technieken worden steeds vaker ingezet om artistieke geheimen te ontrafelen, zoals eerder gebeurde bij het onthullen van verborgen schilderijen onder werken van Degas en Picasso.
Kennis van de exacte samenstelling van het palet van de kunstenaar is van onschatbare waarde voor restauratoren. Het helpt hen te bepalen hoe Rembrandts kunstwerken het beste bewaard kunnen blijven. Het onderzoeksteam is nu van plan Rembrandts impasto-verf na te maken en deze kunstmatig te verouderen onder verschillende omstandigheden (hoge CO2 en CO2-vrij) om beter te begrijpen hoe vochtige en droge omstandigheden de verf beïnvloeden. Dit zal leiden tot betere conserveringsmethoden voor zijn kwetsbare meesterwerken.

Bovendien hopen de onderzoekers andere schilderijen van Rembrandt en zijn tijdgenoten uit de Nederlandse Gouden Eeuw te onderzoeken, zoals Vermeer en Hals, om te zien of het gebruik van plumbonacriet-houdende verbindingen wijdverspreider was dan eerder gedacht. Dit zou kunnen suggereren dat deze chemische truc een algemener geheim was onder de schilders van die tijd, of juist een unieke innovatie van Rembrandt zelf. “We werken met de hypothese dat Rembrandt mogelijk andere recepten heeft gebruikt, en daarom zullen we monsters van andere schilderijen van Rembrandt en andere 17e-eeuwse Nederlandse Meesters, waaronder Vermeer, Hals, en schilders die tot Rembrandts kring behoren, bestuderen,” aldus co-auteur Annelies van Loon van het Rijksmuseum.
Rembrandts Kleurenpalet: Meer dan alleen Impasto
Naast de revolutionaire impasto-techniek en de ontdekking van plumbonacriet, was Rembrandt ook een meester in het gebruik van diverse pigmenten om zijn rijke kleurenpalet te creëren. Zijn palet was een mix van traditionele en exotische materialen, vaak geïmporteerd uit verre landen.
Belangrijke Pigmenten in Rembrandts Werk:
Het meest voorkomende karmijnrode pigment in Rembrandts schilderijen was cochenille. Dit pigment werd gewonnen uit schildluizen en geïmporteerd vanuit Amerika, wat de internationale handelsroutes van die tijd benadrukt. Het zorgde voor diepe, levendige roodtinten die vaak te zien zijn in zijn kleding en draperieën.
Een ander rood pigment dat Rembrandt gebruikte, was afkomstig van het Brazielboomhout, dat vanuit Brazilië naar Nederland werd verscheept. In het Rasphuis in Amsterdam moesten gevangenen dit hout tot een poeder raspen. Dit poeder werd vervolgens in water gekookt om de kleurstof te extraheren, een arbeidsintensief proces. De aanwezigheid van dit karmijnrode pigment wordt vaak gevisualiseerd in MA-XRF-scans van het element kalium (K), zoals te zien is in de donkerrode schaduwen van de laars van Willem van Ruytenburch op De Nachtwacht.
Hieronder een overzicht van de gebruikte materialen:
| Materiaal | Type | Functie/Herkomst |
|---|---|---|
| Loodwit | Pigment | Basis voor witte en lichtere kleuren, volume |
| Lijnolie | Bindmiddel | Basis voor verf, droogtijdregulatie |
| Plumbonacriet | Mineraal | Nieuw ontdekt, cruciale textuur voor impasto (via loodoxide/litharge) |
| Cochenille | Pigment (rood) | Extract van schildluis, geïmporteerd uit Amerika |
| Brazielboomhout | Pigment (rood) | Extract van hout, geïmporteerd uit Brazilië |
| Loodoxide / Litharge | Toevoeging | Mogelijk de bron van plumbonacriet in verf |
Rembrandt van Rijn: De Meester en Zijn Leven
Rembrandt Harmenszoon van Rijn, geboren op 15 juli 1606 in Leiden als negende zoon van een succesvolle moutmolenaar, wordt algemeen beschouwd als een van de grootste schilders en etsers in de Europese kunstgeschiedenis en de belangrijkste Hollandse Meester van de 17e eeuw. Zijn vroege leven legde de basis voor een carrière die de kunstwereld voorgoed zou veranderen.
Al op 15-jarige leeftijd wist Rembrandt dat hij kunstschilder wilde worden. Hij begon zijn leertijd bij de Leidse historieschilder Jacob van Swanenburgh, waar hij veel leerde over de materialen en verf. Deze vroege training was essentieel voor zijn technische beheersing. In 1631 verhuisde Rembrandt naar Amsterdam, destijds de welvarendste stad van de Gouden Eeuw, en ging daar in de leer bij Pieter Lastman, een gerespecteerde kunstschilder. Zowel Lastman als Van Swanenburgh waren geïnspireerd door de Italiaanse kunst, een invloed die duidelijk terug te zien is in Rembrandts eigen werken, met name in zijn composities en dramatische lichtval.

De Gouden Eeuw was een periode van grote vraag naar schilderijen in Nederland, wat bijdroeg aan de opkomst van vele beroemde schilders zoals Jan Steen, Johannes Vermeer en Pieter de Hooch. Rembrandt profiteerde van dit klimaat. Samen met zijn vriend Jan Lievens opende hij een galerie in Leiden en nam in 1627 zijn eerste leerling, Gerard Dou, aan. Zijn bekendheid groeide snel, en tussen 1631 en 1635 verkocht hij veel portretten aan rijke en belangrijke Amsterdammers. Hij schilderde graag Bijbelse verhalen en portretten, waarbij hij vooral emotie en psychologische diepte wist te vangen.
In 1634 werd Rembrandt lid van de Amsterdamse schildersgilde en trouwde hij met Saskia van Uylenburgh, een welgestelde Friezin en nicht van zijn zakenpartner Hendrick Uylenburgh. Samen maakten ze een veelbelovende start in het leven en de kunstwereld. Hoewel hun eerste drie kinderen kort na de geboorte stierven, werd in 1641 hun zoon Titus geboren. In de jaren 1640-1642 schilderde Rembrandt zijn iconische meesterwerk, De Nachtwacht. Enkele maanden na de geboorte van Titus en vlak voordat De Nachtwacht klaar was, overleed Saskia op 30-jarige leeftijd. Ze liet Rembrandt een aanzienlijke erfenis na, maar deze zou vervallen als Rembrandt opnieuw zou trouwen. Dit is de reden dat Rembrandt nooit meer officieel trouwde, hoewel hij wel relaties had. In 1654 kreeg hij een dochter, Cornelia, met Hendrickje Stoffels.
Ondanks zijn artistieke succes raakte Rembrandt in die periode diep in de schulden, en in 1656 liet hij zich failliet verklaren. Dit was het gevolg van zijn grote verzamelwoede en het te dure huis waarin hij woonde. Om niet al zijn bezittingen kwijt te raken, werd een constructie opgezet waarbij Titus en Hendrickje het bewind over zijn financiën voerden. Dit gaf Rembrandt de ruimte om zich volledig te focussen op het schilderen, vrij van de dagelijkse financiële beslommeringen. Zijn werk uit deze latere periode wordt vaak beschouwd als zijn meest diepgaande en emotioneel geladen.
Rembrandt schilderde in de Barokstijl en zijn werk kenmerkte zich door realisme, gedetailleerde uitvoering en een rijk kleurenpalet. Hij was ook een uitstekend portretschilder en heeft zeker 100 zelfportretten geschilderd en geëtst in de verschillende fasen van zijn leven. Deze zelfportretten bieden een uniek inzicht in zijn persoonlijke ontwikkeling en zijn evolutie als kunstenaar. Voor de mensfiguren in zijn schilderijen liet Rembrandt vaak personen uit zijn nabije omgeving model staan, zoals zijn vrouw Saskia en later Geertje Dircx en Hendrickje Stoffels.
De laatste jaren van Rembrandts leven waren getekend door persoonlijk verlies. Hendrickje overleed in 1663 en zijn zoon Titus in september 1668. In de periode tussen 1663 en 1668 schilderde Rembrandt nog een aantal van zijn meest ontroerende zelfportretten, getuigend van zijn veerkracht en onverminderde artistieke drang. Op 4 oktober 1669 stierf Rembrandt. Hij liet weinig bezittingen na – slechts enkele schilderijen, wat linnengoed, een tafel, spiegel en een bed. Vier dagen later werd hij begraven in een gehuurd graf in de Westerkerk. Het overlijdensregister van de kerk vermeldt: “Rembrandt van Rijn, schilder, wonende op de Rozengracht tegenover het Doolhof, kist met zestien dragers…. Kosten: 20 gulden.” Zijn nalatenschap is echter van onschatbare waarde.
Enkele van zijn meest bekende werken zijn:
- De anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp – 1632
- Christus in de storm op het meer van Galilea - 1633
- De Nachtwacht – 1642
- Portret van Jan Six – 1654
- Bathseba met de brief van Koning David – 1654
- De Staalmeesters – 1662
- Het Joodse Bruidje – 1666
- Terugkeer van de Verloren Zoon - 1669
Rembrandts invloed strekt zich tot ver buiten de schilderkunst. Zijn nalatenschap inspireert nog steeds, van notitieboeken van Paperblanks die zijn stijl eer aandoen, tot fraaie Visconti vulpennen die zijn naam dragen. Zijn werk blijft een bron van studie en bewondering, en nieuwe ontdekkingen zoals die van plumbonacriet blijven de diepte van zijn genialiteit onthullen.

Veelgestelde Vragen over Rembrandt en Zijn Verf
Welke techniek gebruikte Rembrandt voornamelijk?
Rembrandt staat voornamelijk bekend om zijn impasto-techniek. Hierbij wordt dikke verf op het doek aangebracht om een opvallende driedimensionale structuur te creëren. Deze techniek gaf zijn schilderijen een unieke textuur en diepte, waardoor ze bijna tastbaar werden.
Hoe maakte Rembrandt zijn verf, en wat is de nieuwe ontdekking?
Historisch gezien werd aangenomen dat Rembrandt zijn verf maakte met veelvoorkomende ingrediënten zoals loodwit pigment en lijnolie. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat hij ook een zeldzaam loodcarbonaatmineraal genaamd plumbonacriet toevoegde aan zijn impasto-mengsel. Men vermoedt dat hij dit opzettelijk deed, mogelijk door loodoxide of litharge toe te voegen aan zijn oliën, om de unieke pasta-achtige consistentie te bereiken die nodig was voor zijn impasto.
Welke pigmenten gebruikte Rembrandt voor zijn kleuren?
Rembrandt gebruikte een breed scala aan pigmenten. Voor rode tinten maakte hij veelvuldig gebruik van cochenille, een pigment gewonnen uit schildluizen geïmporteerd uit Amerika. Ook gebruikte hij pigmenten afkomstig van het Brazielboomhout, dat vanuit Brazilië kwam. Andere veelvoorkomende pigmenten in zijn palet waren loodwit, oker, aardepigmenten, en diverse zwarte en blauwe pigmenten afhankelijk van het gewenste effect.
Wie leerde Rembrandt schilderen?
Rembrandt begon zijn formele training op 15-jarige leeftijd bij de Leidse historieschilder Jacob van Swanenburgh. Later, toen hij naar Amsterdam verhuisde, ging hij in de leer bij de gerespecteerde kunstschilder Pieter Lastman. Beide mentoren waren beïnvloed door de Italiaanse kunst, wat een belangrijke invloed had op Rembrandts ontwikkeling als kunstenaar.
Waarom is de ontdekking van plumbonacriet zo belangrijk?
De ontdekking van plumbonacriet is belangrijk omdat het een nieuw inzicht geeft in Rembrandts innovatieve werkwijze en zijn diepgaande begrip van materialen. Het suggereert dat zijn impasto-techniek niet alleen een kwestie van dik aanbrengen was, maar ook het resultaat van een chemische manipulatie van zijn verf. Deze kennis helpt kunstrestauratoren ook om zijn werken beter te behouden en te begrijpen hoe ze in de loop der tijd verouderen.
Als je andere artikelen wilt lezen die lijken op Rembrandts Verfgeheim Onthuld: Plumbonacriet, kun je de categorie Verf bezoeken.
