19/12/2016
In de zeventiende eeuw, het tijdperk van de grote ontdekkingen en de bloei van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), was de wereldkaart nog verre van compleet. Geruchten over onbekende, rijke landen voedden de verbeelding en de ambitie van handelaars en ontdekkingsreizigers. Een van deze intrigerende verhalen betrof twee mythische eilanden ten oosten van Japan, bekend als Rica de Oro (Rijk in Goud) en Rica de Plata (Rijk in Zilver). Deze eilanden, gehuld in mysterie en belofte van onmetelijke rijkdom, vormden de aanleiding voor een van de meest ambitieuze en tegelijkertijd tragische expedities van de VOC: de reis van Matthijs Quast in 1639. Zijn missie was niet alleen het opsporen van deze legendarische goud- en zilvereilanden, maar ook het verkennen van de onbekende gebieden ten noorden van China, waaronder Korea en het uitgestrekte Tartarije, oftewel Siberië. Het verhaal van Quast is een testament van menselijke vastberadenheid, de meedogenloze aard van de zee, en de onvoorspelbaarheid van de ontdekkingsreizen in een tijdperk waarin de grenzen van het bekende voortdurend werden verlegd.

De VOC, de machtigste handelsonderneming van haar tijd, was constant op zoek naar nieuwe handelsroutes, grondstoffen en gebieden om haar invloed uit te breiden. De verhalen over Rica de Oro en Rica de Plata, die al langer de ronde deden, prikkelden de commerciële instincten van de bewindhebbers. Men geloofde dat deze eilanden, indien ze bestonden, een onuitputtelijke bron van edelmetalen zouden zijn, wat een enorme impuls zou geven aan de schatkist van de Compagnie en de rijkdom van de Republiek. Het was Willem Verstegen, een invloedrijke figuur binnen de VOC in Japan, die het initiatief nam voor deze specifieke expeditie. Hij was ervan overtuigd van het bestaan van deze eilanden en zag de enorme potentie. De keuze viel op Matthijs Quast, een ervaren zeevaarder die reeds zijn sporen had verdiend met meerdere reizen naar belangrijke handelscentra zoals Japan, China en Siam. Zijn kennis van de Aziatische wateren en zijn bewezen navigatievaardigheden maakten hem de ideale kandidaat voor deze gedurfde onderneming.
De Voorbereidingen: Schepen en Bemanning
Voor een expeditie van een dergelijke omvang en met zulke hoge verwachtingen, zou men wellicht denken dat de VOC haar beste schepen en meest robuuste uitrusting ter beschikking zou stellen. Echter, de realiteit was anders. De VOC was een pragmatische handelsorganisatie die haar prioriteiten duidelijk stelde: de beste schepen waren voorbehouden aan de winstgevende handelsreizen met zekere opbrengsten. Expedities zoals die van Quast, die een hoog risico en onzekere uitkomsten hadden, werden vaak uitgevoerd met kleinere, minder zeewaardige schepen. Quast kreeg dan ook de beschikking over twee relatief kleine schepen voor zijn missie. Hij voer zelf op de ‘Engel’, onder het directe commando van Lucas Albertsen, een ervaren kapitein. Het tweede schip, de ‘Gracht’, stond onder het bevel van de tweede man van de expeditie, niemand minder dan de later wereldberoemde Abel Tasman. Deze samenstelling van de bemanning, met twee toekomstige legenden van de Nederlandse zeevaart aan boord, maakte de expeditie op papier veelbelovend. De totale bemanning telde ongeveer negentig koppen, een mix van zeelieden, soldaten en koks, allen hopend op rijkdom en avontuur.
De voorbereidingen waren gericht op een lange reis door onbekende wateren. Er moest voldoende proviand aan boord zijn, hoewel de nadruk lag op houdbare voedingsmiddelen die lang bewaard konden blijven, zoals scheepsbeschuit en gezouten vlees. Vers voedsel, essentieel voor de gezondheid van de bemanning, was schaars en werd vooral ingeslagen bij de start van de reis of bij eventuele aanlandingen. Dit gebrek aan vitamine C zou later desastreuze gevolgen hebben. Naast de proviand werden navigatie-instrumenten, kaarten (hoe onvolledig ook voor deze gebieden), en wapens voor zelfverdediging meegenomen. De schepen waren weliswaar klein, maar uitgerust voor de lange tocht die hen te wachten stond. De hoop op het vinden van de gouden en zilveren eilanden was zo groot dat de VOC zelfs een extra hoge bonus had uitgeloofd voor de persoon die als eerste land zou zien dat aan de beschrijvingen van de mythische eilanden voldeed. Dit diende als een krachtige motivator voor de bemanning, die zich bewust was van de potentiële rijkdom die hen te wachten stond.
De Gevaarlijke Zoektocht over de Oceaan
Op 2 juni 1639 verliet de expeditie van Matthijs Quast de haven van Batavia (het huidige Jakarta), het kloppende hart van de VOC in Azië. De reis begon veelbelovend, en na een stop bij Luzon op de Filipijnen bereikten de schepen op 10 juli de open wateren van de Grote Oceaan. Vanaf dat moment begon de daadwerkelijke zoektocht naar de ongrijpbare eilanden. Maandenlang voeren de ‘Engel’ en de ‘Gracht’ kriskras door het uitgestrekte deel van de Grote Oceaan ten oosten van Japan, waar de eilanden Rica de Oro en Rica de Plata volgens de geruchten zouden moeten liggen. De zoektocht was intensief en meedogenloos. Quast was vastberaden de eilanden te vinden, en deze vastberadenheid vertaalde zich in een extreem strikt regime aan boord.
Niet alleen werd de reeds genoemde hoge bonus uitgeloofd voor het spotten van de eilanden, maar er waren ook zware straffen voor degenen die hun plicht verzaakten. In het bijzonder werden wachten die in slaap vielen op draconische wijze gestraft. Voor een eerste overtreding volgden vijftig zweepslagen, een pijnlijke en vernederende straf. Bij een tweede keer werd de straf verdubbeld tot honderd zweepslagen, wat vaak leidde tot ernstige verwondingen en blijvende littekens. En voor een derde fout? De doodstraf. Dit beleid onderstreepte de ernst van de missie en de levensgevaarlijke omstandigheden aan boord, waar alertheid het verschil kon maken tussen succes en falen, of zelfs leven en dood. Ondanks de extreme motivatie en de ijzeren discipline bleef de zoektocht echter vruchteloos. Dagen werden weken, weken werden maanden, en nog steeds verscheen er geen spoor van de gouden of zilveren eilanden aan de horizon. De mythe bleef een mythe.
De teleurstelling groeide met elke dag die verstreek zonder enig resultaat. De uitgestrektheid van de oceaan en de afwezigheid van concrete aanwijzingen begonnen hun tol te eisen van zowel de bemanning als de schepen. De hoop die de expeditie aanvankelijk voedde, begon langzaam te vervagen en plaats te maken voor vermoeidheid en frustratie.
Tegenspoed en Overleving
Op 25 oktober gaf Matthijs Quast uiteindelijk zijn zoektocht naar de mythische eilanden op. De redenen hiervoor waren talrijk en urgent. Allereerst verkeerden de schepen, die bij het begin van de expeditie al niet in optimale staat waren, inmiddels in een nog veel slechtere conditie. De lange maanden op zee, de constante blootstelling aan de elementen en het gebrek aan grondig onderhoud hadden hun tol geëist. Lekken, verzwakte masten en beschadigde zeilen maakten de schepen nauwelijks zeewaardig, en de veiligheid van de bemanning kwam ernstig in gevaar. De VOC had, zoals eerder vermeld, haar beste en meest duurzame schepen gereserveerd voor de gegarandeerde winst van handelsreizen, waardoor verkenningsmissies zoals die van Quast werden uitgevoerd met minder geschikte vaartuigen. Dit was een cruciale factor in de problemen die de expeditie ondervond.
Daarnaast kampte de bemanning met een veel ernstiger probleem: scheurbuik. Het gebrek aan vers voedsel, met name groenten en fruit rijk aan vitamine C, leidde tot deze gevreesde ziekte die in de zeventiende eeuw talloze zeelieden het leven kostte. Symptomen zoals bloedend tandvlees, lethargie, gewrichtspijn en open wonden verzwakten de bemanning aanzienlijk. Veel mannen waren niet meer in staat om hun taken uit te voeren, wat de operationele capaciteit van de schepen verder aantastte. Gezien de deplorabele staat van zowel de schepen als de bemanning, besloot Quast om niet door te varen naar Tartarije (Siberië) zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Deze verdere verkenningstocht naar het noorden was simpelweg niet langer haalbaar. In plaats daarvan nam hij de moeilijke, maar noodzakelijke beslissing om direct koers te zetten naar Formosa (het huidige Taiwan), waar Fort Zeelandia, een belangrijke VOC-handelspost, een veilige haven en medische hulp kon bieden.
De reis naar Formosa was een race tegen de klok. Toen Quast en zijn gehavende schepen Fort Zeelandia bereikten op 24 november 1639, was de omvang van de tragedie pijnlijk duidelijk. Van de negentig bemanningsleden die Batavia waren vertrokken, waren er maar liefst 41 overleden aan ziekte, voornamelijk scheurbuik, en de ontberingen van de reis. Meer dan 45% van de bemanning had de expeditie niet overleefd, een somber bewijs van de zware omstandigheden en de meedogenloze tol van de ontdekkingsreizen in die tijd. De overlevenden waren verzwakt en getraumatiseerd, en de schepen waren rijp voor de sloop. De expeditie was geëindigd in een diepe teleurstelling en een menselijk drama van grote proporties.
De Resultaten van de Expeditie
Hoewel de primaire doelen van Matthijs Quasts expeditie – het vinden van de gouden en zilveren eilanden en het verkennen van Tartarije – niet werden bereikt, was de reis niet geheel zonder resultaat. De expeditie leverde wel degelijk waardevolle geografische informatie op, zij het niet van het type waar de VOC op hoopte. Zo werden de Bonin-eilanden, een archipel in de Grote Oceaan, ontdekt en in kaart gebracht. Deze eilanden waren destijds onbekend voor Europeanen en vormden een nieuwe toevoeging aan de groeiende wereldkaart. Bovendien droeg de reis bij aan een betere kartering van de kustlijn van Japan. De gedetailleerde navigatie door de wateren ten oosten van Japan resulteerde in verbeterde zeekaarten, wat van belang was voor toekomstige scheepvaart in de regio.

Ondanks deze geografische successen werd de expeditie door de VOC toch als een mislukking beschouwd. Het ontbreken van Rica de Oro en Rica de Plata betekende geen nieuwe bronnen van edelmetalen. Er werden geen nieuwe handelsmogelijkheden ontdekt die voor de Compagnie interessant waren, noch werden er strategische voordelen behaald in de vorm van nieuwe bases of invloedssferen. De hoge kosten van de expeditie, zowel in geld als in mensenlevens, wogen zwaar op de directie van de VOC. Voor een handelsonderneming was winst de ultieme maatstaf voor succes, en op dat vlak had Quasts expeditie falend gepresteerd. Desondanks leverde de reis belangrijke kennis op over de uitgestrektheid van de Stille Oceaan en de afwezigheid van de mythische eilanden, waarmee een lang bestaand gerucht definitief de kop werd ingedrukt. Dit was op zichzelf ook waardevolle informatie, hoewel het de VOC niet de gewenste financiële baten opleverde.
| Doel van de Expeditie | Resultaat | VOC-Perspectief |
|---|---|---|
| Ontdekken van Rica de Oro & Rica de Plata | Niet gevonden | Mislukt |
| Onderzoek noordelijk China (Korea, Tartarije) | Niet uitgevoerd (wegens tegenslag) | Mislukt |
| Verbeterde kartering van Japanse kust | Gedeeltelijk succesvol | Gering belang |
| Ontdekken van nieuwe handelsmogelijkheden | Geen | Mislukt |
| Ontdekking van nieuwe eilanden (Bonin-eilanden) | Bonin-eilanden ontdekt | Gering belang |
| Overleving van de bemanning | 41 van 90 bemanningsleden overleden | Tragisch falen |
De Erfenis van Quasts Reis
Hoewel de expeditie van Matthijs Quast niet het directe succes bracht waar de VOC op hoopte, was het niet het einde van de Nederlandse verkenningstochten in de noordelijke Stille Oceaan. De VOC, nog steeds nieuwsgierig naar de mogelijkheden in deze regio en de waarheid achter de verhalen, zou nog een tweede, meer succesvolle expeditie naar het gebied sturen. Deze tweede reis stond onder leiding van Maarten Gerritsz. Vries. De expeditie van Vries, die kort na die van Quast plaatsvond, leidde tot de belangrijke ontdekking van Yeso (het huidige Hokkaido), Sachalin en de zuidelijke Koerilen-eilanden. Deze ontdekkingen waren van grotere geografische betekenis en gaven een beter beeld van de noordelijke Pacific. Het toont aan dat de VOC, ondanks de tegenslag van Quast, bleef investeren in kennisvergaring en expansie.
Een van de meest opmerkelijke aspecten van Quasts expeditie is echter de aanwezigheid van Abel Tasman. Als tweede man en commandant van de ‘Gracht’ deed Tasman waardevolle ervaring op tijdens deze zware en leerzame reis. De lessen die hij hier leerde over navigatie onder moeilijke omstandigheden, het omgaan met tegenspoed en het managen van een bemanning in crisissituaties, zouden hem later van pas komen. Abel Tasman zou uitgroeien tot een van de meest legendarische ontdekkingsreizigers uit de Nederlandse geschiedenis. Hij maakte twee beroemde reizen naar de zeeën rond Australië, waarbij hij Tasmanië (naar hem vernoemd), Nieuw-Zeeland en delen van de kust van Australië in kaart bracht. Zijn latere prestaties overschaduwen vaak zijn eerdere rol in de Quast-expeditie, maar het is duidelijk dat deze eerste grote reis onder Quast een belangrijke leerschool voor hem was.
De expeditie van Quast, hoewel primair gericht op de mythische eilanden, droeg indirect bij aan de bredere kennis over de geografie van de Stille Oceaan. Het bewees de afwezigheid van de veronderstelde goud- en zilvereilanden, waarmee een einde kwam aan een lange periode van speculatie. Tegelijkertijd legde het de basis voor verdere verkenning door de VOC en droeg het bij aan de vorming van de volgende generatie ontdekkingsreizigers, met Abel Tasman als prominent voorbeeld. Het verhaal van Quast is dan ook meer dan alleen een verslag van een mislukte zoektocht; het is een essentieel onderdeel van de Nederlandse maritieme geschiedenis en de onstuitbare drang om het onbekende te verkennen.
Veelgestelde Vragen
1. Waarom was de VOC zo geïnteresseerd in Rica de Oro en Rica de Plata?
De VOC was primair een handelsonderneming, en haar interesse in Rica de Oro (rijk in goud) en Rica de Plata (rijk in zilver) was puur economisch. Geruchten over deze mythische eilanden, die rijk zouden zijn aan edelmetalen, beloofden een ongekende bron van rijkdom. Het vinden van dergelijke eilanden zou de financiële positie van de Compagnie enorm versterken en de Nederlandse Republiek een voorsprong geven in de wereldhandel. De zoektocht paste in de bredere strategie van de VOC om nieuwe handelsroutes te vinden en toegang te krijgen tot waardevolle grondstoffen.
2. Welke rol speelde Abel Tasman in deze expeditie?
Abel Tasman, die later wereldberoemd zou worden, was de tweede man van de expeditie van Matthijs Quast en de commandant van het tweede schip, de ‘Gracht’. Hoewel hij in deze fase van zijn carrière nog niet de leider was, deed hij tijdens deze zware en uitdagende reis waardevolle ervaring op. Deze expeditie, met al zijn tegenslagen en gevaren, diende als een cruciale leerschool voor zijn latere, baanbrekende ontdekkingsreizen rond Australië en Nieuw-Zeeland. Zijn aanwezigheid onderstreept het belang van de Quast-expeditie voor de ontwikkeling van toekomstige ontdekkingsreizigers.
3. Wat waren de grootste uitdagingen tijdens Quasts reis?
De expeditie van Quast werd geconfronteerd met immense uitdagingen. De schepen waren al bij vertrek niet in optimale staat en verslechterden snel door de lange reis op open zee. Het grootste probleem was echter de gezondheid van de bemanning, voornamelijk door het gebrek aan vers voedsel. Dit leidde tot een wijdverspreide uitbraak van scheurbuik, een dodelijke ziekte die aan 41 van de 90 bemanningsleden het leven kostte. Daarnaast waren de onvoorspelbaarheid van de Stille Oceaan, de enorme afstanden en de psychologische druk van een vruchteloze zoektocht constante beproevingen.
4. Waren er nog andere expedities naar dit gebied na Quast?
Ja, de VOC bleef geïnteresseerd in de noordelijke Stille Oceaan. Na de expeditie van Quast stuurde de Compagnie een tweede expeditie onder leiding van Maarten Gerritsz. Vries. Deze reis was succesvoller in termen van geografische ontdekkingen en leidde tot de kartering van Yeso (Hokkaido), Sachalin en de zuidelijke Koerilen-eilanden. Deze vervolgexpeditie toont aan dat de VOC niet ontmoedigd raakte door de tegenslagen van Quasts reis, maar bleef investeren in het vergaren van kennis over deze onbekende gebieden.
5. Waarom werd de expeditie van Quast als een mislukking beschouwd, ondanks enkele ontdekkingen?
Hoewel de expeditie de Bonin-eilanden ontdekte en bijdroeg aan een betere kartering van de Japanse kust, werd het door de VOC als een mislukking gezien. De voornaamste reden hiervoor was dat de hoofddoelen – het vinden van de mythische goud- en zilvereilanden en het ontdekken van nieuwe, winstgevende handelsmogelijkheden – niet werden bereikt. Voor de VOC, een bedrijf dat gericht was op rendement, wogen de hoge kosten, het verlies van levens en het ontbreken van commerciële opbrengsten zwaarder dan de geografische inzichten. Het was een dure onderneming zonder de verwachte financiële beloning.
Conclusie
De expeditie van Matthijs Quast in 1639, op zoek naar de mythische eilanden Rica de Oro en Rica de Plata, staat symbool voor de ongebreidelde ambitie en de meedogenloze realiteit van de zeventiende-eeuwse ontdekkingsreizen. Hoewel de primaire doelen van goud, zilver en nieuwe handelsroutes onvervuld bleven, was Quasts reis geenszins zinloos. Het leverde waardevolle geografische kennis op, zoals de ontdekking van de Bonin-eilanden en verbeterde kaarten van de Japanse kust. Bovendien diende het als een cruciale leerschool voor toekomstige grootheden als Abel Tasman, wiens latere successen onlosmakelijk verbonden zijn met de ervaringen die hij onder Quast opdeed. Het verhaal van Quast is een herinnering aan de moed en het uithoudingsvermogen van de mensen die de grenzen van de bekende wereld verlegden, vaak ten koste van hun eigen leven. Het is een tragisch, maar essentieel hoofdstuk in de annalen van de Nederlandse zeevaartgeschiedenis, dat de complexiteit van exploratie belicht: een mix van hoop, wanhoop, wetenschappelijke vooruitgang en menselijk leed.
Als je andere artikelen wilt lezen die lijken op Matthijs Quast: Een Zoektocht naar Rijkdom, kun je de categorie Verf bezoeken.
